Groote Tiet’n

Vanuit Utah rijden we via Idaho naar Grand Teton National Park, of bij ons ook wel bekend als Groote Tiet’n. Idaho brengt ons langs aardappelvelden, aardappelvelden en ook nog langs aardappelvelden. En als we bij Blackfoot nog een paar boodschappen halen komen we heel veel mensen met een ‘afwijking’ tegen in de supermarkt… De club van ‘lelijke’ mensen zou hier booming zijn, en het aantal bijzondere menselijke afwijkingen en aandoeningen is hier niet op twee handen te tellen :S En dat in een uurtje boodschappen doen… Dit deel van Idaho boeit ons dus erg weinig, maar naarmate we richting Wyoming komen, wordt het interessant. Het dorpje Victor aan de Westkant van de bergketen de Tetons (Les Trois Tetons zoals Canadese pioniers ze genoemd hebben) zien er al erg aantrekkelijk uit. Mooie huizen, leuke winkels, bedrijvigheid. Eenmaal de bergen over komen we bij Jackson Hole aan. En dat is echt een leuke stad! Ja, toeristisch, dat wel. Maar voor Amerikaanse begrippen gezellig met leuke winkels, restaurants in een mooie Rocky Mountains stijl (het klopt) en veel mensen op straat. Dat belooft wat. Eenmaal door Jackson Hole heen rijden we door naar onze camping Gros Ventre die aan het begin van het park ligt (in het Zuiden). Alles in Grand Teton behalve twee RV campings met stroom e.d. is first come first served. We hopen dus dat we bij aankomst aan het einde van de middag toch nog een plekje hebben. En ja, dat lukt! De camping zit gelukkig nog niet vol. Het is vrijdag, dus we wisten niet zeker of het zou lukken. Maar toch wel! We krijgen een mooie plek tussen de bomen toegewezen. Het wordt koud vandaag, dus de dubbele dekens halen we maar weer tevoorschijn. En het wordt zelfs zo koud dat onze buren met alleen een tentje in de auto gaan zitten eten. ’s-Nachts vriest het 2 graden. Brrr…. Maar met onze kachel, dikke dekens en warme thee komen we een heel eind hoor.

We besluiten de volgende ochtend om hier nog een nachtje te staan. En voor vandaag het nieuwe Visitors Center te bezoeken en de scenic route te rijden door het park. Je weet nooit wat je tegen komt natuurlijk! Dat Visitors center is al een attractie op zich, het lijkt wel een museum. Je leert hier veel over de dieren van Grand Teton, het ontstaan van het park, haar oorspronkelijke bewoners, de pioniers en wat je er zoal kunt doen. Ook kun je vachtjes voelen van dieren, voetafdrukken zien en een mooie film kijken gemaakt door Discovery Channel. Met weer meer kennis dan waarmee we kwamen rijden we de scenic route door het park. Je kunt hier overal wel stoppen om foto’s te maken. De drie Tiet’n steken met scherpe punten boven de vallei uit. Er ligt nog sneeuw op de toppen en aan de voet van de bergen liggen diverse meren, waarvan Jackson Lake het grootste is. We zitten in de vallei al op zo’n 2.000 meter hoogte. Teton en Yellowstone (dat ligt hier ten Noorden) hebben door de hoge ligging (Yellowstone ligt zelfs op de grootste supervulkaan van de wereld) en het feit dat ze omgeven worden door drie bergketens die als een hoefijzer om de vallei liggen zo’n extreem klimaat. ’s Winters is het hier bitter koud, dan ligt er een dik pak sneeuw en zijn de rivier en de meren dichtgevroren. ’s Zomers kan het hier 30 graden worden en zelfs zo droog zijn, dat er bosbranden ontstaan. De zomer duurt relatief kort (juli, aug en in september komt de herfst er meestal al weer aan). Mei en Juni zijn lentemaanden met milder weer en grote dooi. Hierin worden ook veel dieren geboren en komt de natuur helemaal tot bloei. Vanaf oktober komt de sneeuw al weer en dit ligt er tot zeker in april. Je ziet en merkt dat dit een bijzonder gebied is.

Onderweg letten we goed op, want er wonen hier heel veel dieren. Je weet maar nooit of je wat ziet toch? En opeens zie ik rechts van mij een grote bruine kop tussen de bosjes. Een bizon! Ja! Ik wilde zooooo graag bizons zien en daar stond er een. Peter probeert een plek te vinden waar we onze hut kunnen keren om terug te rijden. En daar loopt hij! Een grote mannetjes bizon. Kicken! Snel wat foto’s maken. Hij heeft aardig de vaart erin dus we rijden een stukje door en proberen hem hier op te wachten. Ineens zie ik een staart aan de overkant van de weg. Hij is overgestoken! Dus rijden we naar de overkant en ja, daar loopt hij… Super cool dit! Mijn eerste bizon! Even later rijden we door en zien we in de verte een kudde bizons staan. Het moet niet gekker worden nu. Bizons zien: check! En dat op onze eerste dag.

Na nog een koude nacht (wel minder koud dan de eerste nacht), besluiten we om te wandelen. We kiezen er voor om eerst naar een andere camping meer centraal in het park te rijden voor een nieuwe plek. Dat lukt ook! We zitten vlakbij Lake Jackson. En vanuit hier kun je starten met hiken naar wat meren. Dus pakken we onze tassen met de benodigde spullen, kopen we voor de zekerheid toch een maar een busje berenspray (een soort pepperspray tegen een berenaanval) en gaan we op pad. Zodra we willen starten zien we een vos lopen! Zo eentje die ’s winters met zo’n prachtige hoge sprong een knaagdiertje onder een dik pak sneeuw vandaan weet te halen, de red fox. Kan ook weer op ons lijstje. Dan de bossen in, want de hike brengt ons langs twee meren: Swan Lake en Heron Pond.

Bij Swan Lake zitten prachtige ganzen (nee geen zwanen) en later komen we bij Heron aan en zien we pelikanen zitten. Wie had dat gedacht?! We besluiten een extra rondje te lopen rondom Heron Pond. Ik loop voorop en ineens sta ik oog in oog met een eland! We vliegen meteen in de ho-ijzers en wachten even wat mevrouw gaat doen. Ze besluit van het pad af te gaan en het bos in te lopen en met dat ze dat doet zien we twee kleine elandjes achter haar aan lopen. Ze heeft twee babies! O wat schattig. Met een grote boog lopen ze om ons heen en vervolgen hun weg een stukje verderop. Het wandelpad is ook hun pad. We proberen nog een glimp van ze op te vangen, maar ze zijn snel joh! Misschien zijn ze naar Heron Pond gelopen en kunnen we ze straks nog zien. We lopen snel door en komen na 20 minuten weer bij de pond terug. En ja! Daar staan ze in het water. Moeder is druk aan het eten (elanden eten het liefst waterplanten en zijn uitstekende zwemmers. Ze duiken soms wel tot 6 meter diep om waterplanten te eten en kunnen wel een minuut onder water blijven) en haar twee kleintjes wachten wat schichtig bij de waterkant. Waarschijnlijk drinken zij nog melk bij haar. Vanaf de overkant lopen we zo stil mogelijk hun kant op en zo kunnen we geweldige foto’s maken en een tijdje naar ze kijken. Ondertussen worden we wel lek gestoken door de muggen. Wat een kl….beesten zijn dat! Ze steken ons gewoon door onze kleding heen! Maar wow, wat gaaf was dit. Moose zien: check! Dat wordt lang nagenieten!

Terug naar boven