Busy in Banff

De avond na de Stampede slapen we op een camping in Cochrane in de Bow Valley. We hebben de eigenaren laten weten dat we van de Stampede komen en daardoor later zijn. Ze plakken onze papieren op de deur, zodat we weten waar we staan. Relaxt. We eten eerst nog wat bij de McDonald’s en rijden dan door. Cochrane is booming zo te zien. Ze zijn er flink aan het bouwen. Ook super leuke huizen! Allemaal op heuvels (ja met uitzicht op de Rocky’s) of aan de rivier. Wat zou zoiets kosten vragen we ons af? We snappen dat zo’n voorstad van Calgary erg geliefd is. 30 Minuten rijden en je zit middenin de stad, of je neemt de trein want die hebben ze ook al aangelegd. En je woont middenin de natuur en toch heb je alle voorzieningen vlakbij. Dat doen ze hier toch super? OV, winkels en wegen aanleggen VOORDAT je een mega nieuwe wijk aanlegt. Daar kunnen ze in Nederland nog wat van leren… De camping ziet er ook mooi uit, met leuke speeltuin, grote campingkeuken (de tweede die we zien) en een basketbalveldje. Dat belooft wat voor morgen. Nummer 54 is onze plek volgens de papieren. Ehm… maar daar staat al iemand! Ah nee he? Kantoor dicht, de mijnheer die er staat geeft aan dat het kantoor hem deze plek toegewezen heeft en op 1 plek na zit alles vol… Nou dan maar op die ene plek staan. We zien morgen wel weer.

Het zonnetje schijnt flauwtjes door de lichte bewolking als we ’s ochtends wakker worden. De jongens gaan zonder ontbijt naar de speeltuin en het basketbalveld. Peter vraagt na of we op de juiste plek zijn gaan staan. Gelukkig, het was inderdaad onze plek, foutje van de receptie. Wij doen het vanochtend lekker rustig aan en pakken de kans maar weer om de was te doen. Straks zitten we 10 dagen in een National Park/Provincial Park. Wel fijn om dan met een voorraad schone spullen op pad te kunnen. Daarna nog boodschappen inslaan en hop, op naar Banff National Park. In Banff staan we twee nachten op Tunnel Mountain Village Campground, vlakbij het stadje Banff zelf. In tegenstelling tot de Nationale Parken in Amerika, wonen hier gewoon mensen.

Banff is een stadje in de Rocky’s (net als Jasper trouwens) waar mensen wonen, werken, naar school gaan etc. Dat maakt de sfeer hier totaal anders, want het voelt minder ‘strak’ geleid dan de parken in Amerika, waar doorgaans geen burgers wonen en nauwelijks voorzieningen zijn. Na de lunch besluiten we om het stadje Banff dan maar eens te verkennen en weer wat informatie te halen bij het visitors center. Banff is mega druk en daarom word je geadviseerd (zeker met een camper) om die te laten staan op de camping en met de shuttle bussen te rijden. We pakken de bus naar het stadje en kijken onze ogen uit. Dit is druk! Wel gezellig 🙂 Een echte wintersportplaats qua sfeer met leuke winkels, restaurants, terrasjes (ja ja, die Canadezen lijken het beter te begrijpen), lodges en hotels. We halen weer informatie en een ranger programma voor de jongens op (Xplorer noemen ze dat hier) en zien een rij voor een ijswinkel… Ha! Aansluiten maar. En daar krijgen we geen spijt van. Nom nom nom nom nom… Heerlijk! Ga je naar Banff? Haal een ijsje bij Cows. Niet alleen errug lekker, maar de namen die ze voor de smaken hebben bedacht zijn ook het vermelden waard: Cookie Moonster, Moo York Cheesecake, Pei Apple Crunch, Pei Blueberry, Moowy Goowy etc.

’s Avonds lekker bbq-en en ons programma voor morgen bepalen: vroeg op, shuttle bus pakken naar de bekende meren Louise en Moraine en dan kijken hoeveel tijd we nog hebben.

Half acht de wekker (sorry, dat vinden we nu even vroeg ;)), ontbijten, tassen pakken en naar de bus… Oh, die komt niet elk halfuur, maar elk uur (voor 10.15 uur). Raar… stimuleren dat mensen de bus nemen, maar deze maar eens in het uur laten rijden gedurende de ‘spits’. Nou, wachten dan maar. De bus die we daarna moeten hebben om naar de meren te rijden, rijdt precies weg op de aankomsttijd van de camping shuttle. Die kunnen we dus ook vaarwel zeggen, waardoor we weer een uur moeten wachten. Maar inmiddels maken wij ons allang niet meer druk om die dingen (fijn dat lange reizen) en maken we van de nood een deugd. Zonnetje schijnt, koffietentje in de zon, uitzicht op de bergen, wie zeurt er nog? Na een uurtje komt inderdaad onze bus en daar gaan we op naar Lake Louise. Vanaf daar kun je met een andere shuttle weer naar Moraine. Bij Louise kun je daarvoor een kaartje kopen. Ok, we kijken eerst even bij Louise. Prachtig meer! Maar druk :S Zo druk was het hier jaren geleden niet. Maar goed, naarmate je steeds verder langs het meer loopt, wordt de drukte steeds minder. Even een broodje eten, genieten van het uitzicht, de zon, het mooie blauwe water. En dan een kaartje halen voor Moraine… Dachten we… Het is 12.30 uur, de eerste shuttle waar wij kaartjes voor kunnen halen is 14.20 uur. Wat? Zo lang wachten voor een shuttle? Waarom laten ze er dan niet meer rijden? Het is hoogseizoen. Hoe moeilijk kan het zijn? En had dan even gezegd dat we eerst een kaartje voor de shuttle moeten halen en dan pas naar het meer moesten gaan (ze zijn hier ontzettend vriendelijk, maar communiceren is ook een vak zo blijkt). We overleggen wat met elkaar en besluiten Moraine te laten voor wat zij is: een prachtig meer in de Rockys’ en wij rijden terug met de shuttle naar Banff. Vanuit daar pakken we een andere bus naar Johnston Canyon. Een hike van een uur brengt ons door de canyon heen naar voor ons het eindpunt Upper falls. Prachtig, maar snel terug, want anders missen we de shuttle weer (mens kan niet eens even rustig aan doen ;)) En onderweg zien we voor het eerst Big Horn Sheep (alleen de vrouwtjes met kleintjes dus de big horns hebben we nog niet gezien 😉 Dan weer naar Banff waar we onszelf weer verwennen met een heerlijk Cows ijsje. Deze was nog lekkerder vond iedereen 😉

Morgen rijden we de Icefields Parkway, de 230 kilometer route door Banff en Jasper langs meren, gletsjers en hoge pieken.

Terug naar boven